‘Meer dan een zoveelste onderwijshype’

Betere slides voor studenten, feedback voor lesgevers en erkenning voor UGent-expertise: het kan allemaal met open webslides, zegt onderzoeker Ruben Verborgh. ‘Ik gebruik ze intussen al in mijn eigen lessen.’

team

V.l.n.r.: Bram De Jaegher (Bio-ingenieurswetenschappen), Esther De Loof (Psychologie en Pedagogische Wetenschappen), Raphaël Caluwé (Rechtsgeleerdheid), Myrtle Verhaeven (Bio-ingenieurswetenschappen) en Ruben Verborgh (Ingenieurswetenschappen en Architectuur)

Wanneer we Ruben Verborgh opbellen, heeft hij toevallig net een vergadering met zijn teamleden van de Innoversity Challenge. ‘Je stoort niet, hoor. We wilden bespreken hoe we ons idee zouden profileren. Een van de grootste uitdagingen is namelijk om het aan een breed publiek bekend te kunnen maken.’

Dan is dit een mooie kans. Hoe zou je, aan iemand die er nog nooit van gehoord heeft, uitleggen wat open webslides zijn?

Ruben: ‘Webslides zijn online slides, lesmateriaal van docenten dus, met alle mogelijkheden van het web: filmpjes, tweets, interactieve grafieken, enzovoort. Je kan die webslides gemakkelijk lezen op je tablet of je smartphone. Cruciaal aan ons idee is dat die webslides ‘open’ zijn: daarmee bedoelen we dat iedereen die de slides kan zien, zelf aanpassingen kan voorstellen. Daarvoor werken we via het bestaande opensourceplatform GitHub, een online community waarop tienduizenden softwareprojecten gedeeld worden – een soort Facebook om te programmeren, eigenlijk. Op Minerva kunnen we dan een icoontje met een link naar GitHub plaatsen.’

Kan iedereen die slides zomaar bewerken?

Ruben: ‘De docent beslist zelf voor welke groep de slides toegankelijk zijn: van een klein groepje studenten tot zelfs de hele wereld. Omdat de aanpassingen niet automatisch doorgevoerd maar steeds voorgesteld worden, heeft hij of zij er alle controle over.’

Welke suggesties kunnen studenten zoal geven?

Ruben: ‘Die suggesties kunnen over de vorm gaan, bijvoorbeeld tikfouten of onduidelijke slides, maar ook over de inhoud. Studenten kunnen bijvoorbeeld uitleg vragen bij onduidelijkheden, interessante voorbeelden aanleveren, of discussiëren over een nieuw artikel. De lesgever kan de voorgestelde aanpassingen die hij/zij relevant acht doorvoeren. Het systeem houdt bij wie wat heeft aangepast, en die aanpassingen kan je gemakkelijk weer ongedaan maken.’

Het blijft wel moeilijk om je die webslides concreet voor te stellen.

Ruben: ‘Dat klopt. Om het idee wat aanschouwelijker te maken, hebben we een website gemaakt waar je een aantal voorbeelden kan bekijken. Ik raad iedereen dus aan om die eens te bekijken.’

Waarom is jullie idee nodig? Heb je een bepaalde nood vastgesteld?

Ruben: ‘Het is een unieke kans om studenten constructieve feedback te laten geven op cursusmateriaal van docenten, terwijl ze er zelf van leren. Voor docenten is het dan weer handig om die feedback op een overzichtelijke manier te krijgen, zodat ze geen tien verschillende Powerpoints met correcties doorgestuurd krijgen. Op die manier wordt het gemakkelijker om hun materiaal up-to-date te houden. Bovendien kunnen de open webslides ervoor zorgen dat het onderwijs aan de UGent relevant blijft en zelfs een voortrekkersrol speelt, in een tijd waarin gratis online lessen overal beginnen op te duiken. Wie op Google de UGent-webslides tegenkomt, kan denken: verdraaid, daar aan de UGent hebben ze duidelijk de juiste kennis, misschien kunnen we samenwerken.’

Esther: ‘De communicatie tussen richtingen en faculteiten zou alleszins vlotter verlopen, want verschillende webslides zijn eenvoudig aan elkaar te koppelen. Dankzij het web vallen de barrières weg.’

Is jullie idee ook haalbaar in de praktijk?

Ruben: ‘Alles wat we nodig hebben, bestaat al. De combinatie van webslides op een opensourceplatform in een universitaire context is nieuw, maar intussen gebruik ik de open webslides zelf al in mijn eigen lessen over het web. Practice what you preach, dus: het zou hypocriet zijn om te zeggen hoe prachtig het web in elkaar zit, om dan gewoon een klassieke Powerpoint te gebruiken.’

Esther: ‘De reden waarom ik bij Ruben op de koffie ben gegaan voor de Innoversity Challenge is omdat zijn idee niet alleen technisch interessant is, maar ook haalbaar en pedagogisch verantwoord. Ik ben zelf namelijk intensief bezig met leerstrategieën die werken. Co-creatie is tegenwoordig hip. Maar hoe zorg je ervoor dat je de proffen en studenten niet overbelast? Het fantastische aan ons idee is dat we een systeem hebben om vrij eenvoudig samen te kunnen werken op de tekst. Een ander probleem is dat sommige docenten de veranderingen in het onderwijs beu worden. Maar ons platform kan gemakkelijk nieuwe onderwijsinnovaties opvangen, zodat ze niet opnieuw van nul moeten beginnen. Op die manier is ons idee veel meer dan de zoveelste onderwijshype.’

Ruben: ‘We hebben intussen ook al contact met verschillende proffen. We hebben een netwerk van een dertigtal personen – alleen binnen de faculteit Diergeneeskunde zoeken we nog een contactpersoon. Het doet mij plezier dat er veel interesse er is. Uiteraard wordt de transitie niet altijd even gemakkelijk. We vergelijken het met de overgang van overheadprojectors naar Powerpointslides, die heeft ook even geduurd. Wie wil, kan nu nog steeds ouderwetse overheadprojectors gebruiken. Hetzelfde geldt voor de open webslides: we willen niemand verplichten om ze te gebruiken, ook al zijn we ervan overtuigd dat ze in de toekomst de standaard zullen worden.’

Wat is het voornaamste struikelblok voor jullie idee?

Myrtle: ‘Ons idee klinkt op het eerste gehoor vrij abstract, dus het wordt een uitdaging om het duidelijk uit te leggen. We zijn wel al goed met werving bezig, om ervoor te zorgen dat een publiek dat minder technisch onderlegd is het ook meeheeft.’

Esther: ‘Het is even wennen in het begin, maar je mag studenten ook niet onderschatten. Zelfs ik begrijp de webslides, en ik heb psychologie gestudeerd.’ (lacht)

Kenden jullie elkaar al voor de Innoversity Challenge?

Esther: ‘Nee. Toen bijvoorbeeld bleek dat we een expert intellectuele eigendomsrechten nodig hadden, heeft Ruben op Minerva en op de Facebookpagina van de Rechten een oproep geplaatst. Hij heeft op basis van de noden de kandidaten gescreend en er Raphaël uitgekozen.’

Raphaël: ‘Ik ben inderdaad als jurist bij het team gekomen voor het auteursrecht. Mijn taak is om een juridisch kader te scheppen waarbij proffen en studenten beschermd zijn tegen schendingen van auteursrecht. Door regels op te stellen en de algemene voorwaarden duidelijk te maken, kan je veel problemen voorkomen.’

Bram: ‘Vrienden hebben mij bij Esther aanbevolen voor mijn technisch profiel, en omdat ik GitHub heb gebruikt voor mijn thesis. Myrtle is er ook zo bijgekomen. We vullen elkaar qua competenties eigenlijk allemaal mooi aan.’

Welk ander Innoversity-idee vinden jullie het meest waardevol?

Ruben: ‘Het Hypercampus-idee van Clio Janssens & co vinden we het beste omdat het ook inzet op multidisciplinariteit en activerend onderwijs. Maar ook de Open Badges zijn interessant. We zijn momenteel nog aan het kijken of er eventuele samenwerkingen mogelijk zijn. Heel wat teams hebben ideeën die vlot realiseerbaar zijn via open webslides.’

Tot slot: hebben jullie al veel tijd gestoken in de Innoversity Challenge?

Esther: ‘Zeker, het is een behoorlijk intensief project. Door de Innoversity Challenge ga ik mijn doctoraat niet op tijd kunnen afwerken.’

Ruben: ‘Maar dat is het volledig waard!’ (lacht)

Premium WordPress Themes