‘Digitalisering maakt het onderwijs democratischer’

Een universiteit die vooruit wil denken, moet volgens filosoof Rogier De Langhe meesurfen op de digitale golf. In de nieuwe technologie ziet hij vooral nieuwe kansen. “Afrikaanse boeren kunnen tegenwoordig online lessen volgen over landbouw. Dat is toch fantastisch?

foto_helsinkiDe Innoversity Challenge biedt studenten en medewerkers inspraak over het onderwijs, en past in een bredere maatschappelijke trend van burgerparticipatie. Filosoof Rogier De Langhe, docent aan de UGent, vindt zulke initiatieven nuttig. “Elke organisatie heeft nood aan feedback, om ze fris en relevant te houden. Op die manier verliest ze het contact met de realiteit niet en blijft ze bestaan voor de mensen die er deel van uitmaken, in plaats van omgekeerd.”

De Innoversity Challenge zet sterk in op digitalisering. Wat is daar volgens jou de meerwaarde van?

“De digitale revolutie die we nu meemaken opent nieuwe deuren. Nooit eerder hadden zoveel mensen de kans om zelf verandering teweeg te brengen in de samenleving. De impact op onze maatschappij is nog maar pas duidelijk aan het worden, maar is niet te onderschatten. Je kan tegenwoordig met laptops en sociale media zelf vrij eenvoudig een bedrijf uit de grond stampen.”

En wat is concreet het voordeel voor het universitaire onderwijs?

“Digitalisering maakt het onderwijs democratischer. Informatie stroomt sneller dan ooit, wat feedback van buitenaf gemakkelijker maakt en de inspraak vergroot. De samenleving verandert voortdurend, en die verandering moet een kans krijgen om door te sijpelen naar de universiteit. Je kan bijvoorbeeld vragen wat studenten relevant vinden in een opleiding.”

Kan die trend naar inspraak ook te ver doorslaan?

“Er zijn zeker een paar valkuilen. Het is bijvoorbeeld niet de bedoeling dat studenten à la carte een curriculum kunnen samenstellen zonder vakken die ze lastig vinden. Studenten verwachten ook niet dat ze overal inspraak in krijgen – ze willen ook op het oordeel en de kennis van de lesgevers kunnen rekenen. Leiderschap en expertise blijven dus belangrijk.”

Dankzij de digitale technologie kunnen proffen uit de hele wereld via MOOC’s (Massive Open Online Courses) hun lessen voor iedereen toegankelijk maken. Wat is nog het nut van een professor in Gent, als alle leerstof online te vinden is?

“Digitale tools maken sommige lesvormen, zoals ex-cathedralessen, misschien overbodig. Maar universiteiten zullen zich in de toekomst wellicht meer specialiseren in lesvormen waarbij menselijk contact belangrijker is, zoals werkcolleges of stages. Studenten hebben iemand nodig die hen meeneemt in de leerstof en motiveert om door te zetten, anders verdwijnt de motivatie. Dat zie je ook bij die MOOC’s. Slechts een fractie van de deelnemers legt daar een examen af.”

Professoren blijven dus nodig, maar zullen digitale middelen het persoonlijke contact met de studenten niet onder druk zetten?

“Het kan ook omgekeerd. Digitale tools kunnen ook worden gebruikt om die contactmomenten net relevanter te maken. Als proffen geen tijd meer moeten verliezen met het geven van gewone ex-cathedralessen, houden ze meer tijd over voor andere werkvormen die nu soms ondergesneeuwd raken.”

In het algemeen klink je positief.

“De digitale omwenteling zal wel heel wat aanpassingsvermogen vergen van de samenleving, en dus ook van de universiteit. Dat wordt niet eenvoudig. Maar uiteindelijk zullen we er wel beter uitkomen, denk ik. Door routineuze taken over te nemen biedt de digitale revolutie ons de kans om opnieuw meer mens te worden.”

Tot slot: niet iedereen heeft toegang tot nieuwe digitale technologie zoals smartphones en tablets. Dreigt de kloof tussen rijk en arm niet groter te worden?

“Dat is een klassieke tegenwerping, maar wat opvallend is aan de nieuwe technologie (kijk naar de Arabische Lente of de vluchtelingencrisis) is net dat ze enorm goedkoop en laagdrempelig is. Je ziet dan ook dat die technologie zich ook in ontwikkelingslanden heel snel verspreidt. Afrikaanse boeren met landbouwmethodes die tot voor kort weinig verschilden van die uit het stenen tijdperk, hebben dankzij smartphones plots toegang tot meer informatie dan westerlingen vijftig jaar geleden met al hun grote bibliotheken en dure encyclopedieën. Die boeren kunnen tegenwoordig online lessen volgen over landbouw. Dat is toch fantastisch?”

Share:


Related posts

Premium WordPress Themes